Groei, bloei en verval 2/3

Na de oorlog bloeide het Havenkwartier als nooit tevoren. Dankzij investeringen in infrastructuur, zoals de bouw van de Bernhardsluis in 1951, groeide de bedrijvigheid snel. Bedrijven als de graanopslag CODO, de pettenfabriek, een kofferfabriek en de bekende postzegelalbumfabriek DAVO maakten van het gebied een levendige plek.

Na de oorlog bloeide het Havenkwartier als nooit tevoren. Dankzij investeringen in infrastructuur, zoals de bouw van de Bernhardsluis in 1951, groeide de bedrijvigheid snel. Bedrijven als de graanopslag CODO, de pettenfabriek, een kofferfabriek en de bekende postzegelalbumfabriek DAVO maakten van het gebied een levendige plek.

In de jaren vijftig was Deventer zelfs de vierde doorvoerhaven van Nederland. De hoogtijdagen duurden tot in de jaren tachtig, toen de grote graansilo’s nog volop in gebruik waren. Maar langzaam veranderde de wereld. Transport verplaatste zich van water naar weg en strengere scheidingen tussen wonen en werken maakten het gebied minder aantrekkelijk voor industrie.

Bedrijven sloten hun deuren en leegstand nam toe. Wat ooit het kloppend hart van handel en productie was, raakte stil. Tegen het einde van de twintigste eeuw keek de stad aan tegen een verlaten havengebied dat zijn glans verloren had. (2/3)